Groot wielerwoordenboek

van asfalteczeem tot zoetemelkpositie (uitgave 1989)

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

inrijden

betekenis & definitie

Inhalen, inrekenen (van de tegenstanders); voor de wedstrijd begint de spieren warm rijden (in het bijzonder voor tijdritten).

Als ze naar mijn idee stevig zijn, heb ik goede benen. Vroeger had ik dat gevoel geregeld, in de tijd dat ik tot de beste tijdrijders behoorde. Het moet heel gek lopen wil iemand mij vandaag verslaan, dacht ik dan bij het inrijden. (Algemeen Dagblad, 26/04/1997)

‘De Italianen beschouwen het als de belangrijkste klassieker van het jaar,’ zegt Sorensen. ‘Maar eigenlijk stelt het weinig voor. Het is net een thriller die pas aan eind spannend wordt. Eerst 6 uur inrijden en dan kun je in 30 seconden winnen of verliezen.’ (NRC Handelsblad, 20/03/1998)