rollatorrijbewijs betekenis & definitie

Rollator is een betrekkelijk jong woord dat wij waarschijnlijk uit het Engels hebben overgenomen (de Engelse woordenboeken kennen het niet maar je komt het wel op Engelstalige websites tegen). In de dagbladen is het pas in 1993 voor het eerst aangetroffen, in de zin: ‘Aangekomen bij het winkelcentrum had Max de rollator, het loopapparaat van zijn vrouw, uit de auto gehaald.’ Jaarlijks melden zich zo’n duizend bejaarden op de eerste hulp van ziekenhuizen nadat zij met hun rollator zijn gevallen, zo bleek in 2003 uit een onderzoek van de stichting Consument en Veiligheid. Daarom kondigde zorgverzekeraar VGZ aan in 2004 te zullen komen met een rollatorrijbewijs. ‘De verzekeraar’, meldde een krant onder de kop ‘Verzekeraar lanceert rollatorrijbewijs’, ‘heeft met de leverancier van de 7000 rollators die VGZ jaarlijks verstrekt, een contract gesloten over vaardigheidstrainingen. Wie de training met goed gevolg aflegt, krijgt een “rijbewijs”. De training is overigens niet verplicht.’ In de volksmond wordt een rollator ook wel een stijvewijvenkarretje genoemd.

Er was overigens nog meer rollatornieuws in 2003. Eind december werd bekend dat studenten van de Christelijke Agrarische Hogeschool in Dronten een zogenoemde koe-rollator hebben ontwikkeld. Met het apparaat kunnen zieke koeien, die niet in staat zijn op te

staan, op een diervriendelijke manier worden opgetild en vervoerd. De rollator is een constructie met vier wielen en twee takels. ‘Het apparaat’, aldus krant, ‘kan over de koe heen worden gereden waarna de kont van het dier door twee steunen omhoog wordt gebracht. Hierdoor ontstaat er ruimte onder de borst, waar vervolgens een sjorband omheen wordt gespannen. Het dier hangt dan als het ware in de koe-rollator.’