opblaaskerk betekenis & definitie

Als de mensen niet meer naar de kerk komen, dan komt de kerk naar de mensen. Dat moet de Brit Michael Gill hebben gedacht toen hij de eerste opblaaskerk ontwierp. Het gaat om een ruim veertien meter hoog gebouw, zeven meter breed, met een kerkachtig interieur, compleet met een opblaasbaar orgel (zonder geluid), een altaar, gotische bogen en namaak-gebrandschilderde ramen. Allemaal van plastic. Het duurt drie uur om de kerk, die ruimte biedt aan ongeveer zestig gelovigen, op te blazen en twee uur om hem te laten leeglopen. In mei 2003 opende Gill de eerste opblaaskerk in Engeland. ‘Gill hoopt dat de opblaaskerk het christendom nieuw leven brengt, doordat predikanten hun boodschap overal kunnen verkondigen’, meldde Het Parool. En de Volkskrant schreef: ‘Gil heeft de paus geschreven met de vraag of het Vaticaan een exemplaar wil aanschaffen. Als de opblaaskerk een succes wordt, wil de ondernemer zijn aanbod uitbreiden met pubs en nachtclubs.’

In oktober was de opblaaskerk <ndash> nu gemaakt door een Vlaams bedrijf <ndash> voor het eerst te zien in Nederland, in Liempde in Noord-Brabant. Een woordvoerder van de rooms-katholieke kerk had er geen probleem mee. ‘God kun je in principe overal ontmoeten.’

Compleet met kaarsen kost de opblaaskerk 30.000 euro. Maar je kunt hem ook huren voor zo’n 2.900 euro per dag.