flipperkastdemocratie betekenis & definitie

Flipperkastdemocratie is een vondst van Mark Kranenburg, redacteur en commentator bij NRC Handelsblad. Op 11 januari 2003 schreef Kranenburg, onder de kop ‘De flipperkast-democratie’:

De Tweede Kamer krijgt trekken van een flipperkast, waar de electorale voorkeur als het zilveren balletje doorheen schiet. Tijdenlang kan de kogel in een rustig tempo heen en weer van links naar rechts rollen en dan plotseling met een hels kabaal blijven hangen bij een talloze bonuspunten scorende ‘popbumper’.

Het woord vond eerst alleen navolging in de Vlaamse pers. Zo schreef De Morgen op 23 januari ‘in het stugge calvinistische Nederland heeft de flipperkastdemocratie toegeslagen’, en een paar weken later haalde De Gazet van Antwerpen Klaus Van Isacker, directeur informatie van de Vlaamse televisiemaatschappij (VTM) aan met de woorden: ‘Termen als “flipperkastdemocratie” en de vaststelling dat er grote drommen zwevende kiezers zijn, kunnen dit keer ook op onze verkiezingen van toepassing zijn.’ Vervolgens werd het woord nog een paar maal in de Nederlandse pers gebruikt, samen met flipperkastliberalisme, een voortborduursel van fractievoorzitter Halsema van GroenLinks (‘Balkenende trekt het sociale vangnet weg onder het flipperkastliberalisme van Zalm’).

Anders dan bij dramademocratie (zie aldaar) is het de vraag of flipperkastdemocratie een lang leven beschoren is. Hetzelfde geldt voor fundemocratie, dat in 2003 ook een paar keer in de kranten stond.