Bijlmersyndroom betekenis & definitie

Op 4 oktober 1992 stortte een Boeing 747 van de Israëlische luchtvaartmaatschappij El Al neer op de Bijlmer in Amsterdam. Omdat de toedracht van het ongeluk lang onduidelijk bleef, hield de Tweede Kamer een parlementaire enquête. De verhoren duurden van 27 januari tot 12 maart. Er was in de jaren daarvoor al heel veel over de ramp geschreven en dit had tot allerlei (gelegenheids)samenstellingen geleid, zoals Bijlmercomplot, Bijlmerdoofpot, Bijlmerspeurder enzovoorts. In de uitvoerige berichtgeving over de Bijlmerenquête doken talloze nieuwe samenstellingen op. De meeste waren eendagsvliegen, maar de kans is groot dat Bijlmersyndroom een lang leven beschoren is. Immers, zolang er mensen zijn die hun gezondheidsklachten toeschrijven aan de Bijlmerramp — of dit nu terecht is of niet — heeft dit woord gebruikswaarde. Net als Bijlmerziekte.

Bijlmerziekte dook in 1996 voor het eerst op, maar brak door in 1999. Bijlmersyndroom debuteerde op 30 januari 1999 in Trouw. Het dagblad tekende het op uit de mond van fotograaf L. Bertholet. De zoon van Bertholet had vlak voor de crash foto’s van de El Al-Boeing gemaakt waarop te zien is dat de motoren scheef hangen. ‘Fotograaf L. Bertholet is al ruim zes jaar betrokken bij de Bijlmerramp’, aldus Trouw. ‘Hij stelde dat er sprake is van een “Bijlmersyndroom”. “Ik ben geen medicus, maar die conclusie móet je gewoon trekken.”’

Het Bijlmersyndroom bestaat uit een reeks klachten, variërend van intense vermoeidheid, geheugen- en concentratieproblemen, huidafwijkingen en luchtwegaandoeningen tot diverse soorten pijn. Of het syndroom echt bestaat is nog steeds onderwerp van discussie. Volgens sommigen zijn de klachten toe te schrijven aan een bepaalde stof uit de lading van het verongelukte El Al-vliegtuig, die is vrijgekomen bij de brand na de Bijlmerramp. Het Academisch Medisch Centrum, dat het syndroom na veel geharrewar onderzocht, kwam in april tot een andere conclusie. Op verzoek van het ziekenhuis onderzochten huisartsen de medische dossiers van 544 mensen die naar het meldpunt van het AMC hadden gebeld. Het Parool vatte de bevindingen als volgt samen:

Volgens de huisartsen, die negentig procent van die klachten kenden, is bij zes procent van de aandoeningen een verband met de ramp waarschijnlijk of zeer waarschijnlijk. In bijna de helft van de aandoeningen (41 procent) vinden de huisartsen een relatie met de ramp onwaarschijnlijk; in de overige gevallen durven ze geen mening uit te spreken. Net als bij vorige onderzoeken van het AMC worden psychische klachten het meest in verband gebracht met de ramp. De huisartsen vinden een relatie tussen de ramp en stress en depressies het meest waarschijnlijk. Van de lichamelijke klachten worden luchtwegaandoeningen en leverziekten het vaakst genoemd. De elf vaststaande gevallen van auto-immuunziekten zijn er meer dan statistisch te verwachten viel. Maar de ramp is er niet de oorzaak van; anders zouden er veel meer gevallen moeten zijn, aldus het AMC. [...] Voor andere kwaadaardige aandoeningen, zoals kanker, heeft het AMC geen aanwijzing gevonden voor een verband met de ramp. Het AMC constateert dat de klachten gedurende de jaren na de ramp zijn ontstaan en niet pas in 1997, zoals tijdens de verhoren van de parlementaire enquêtecommissie enkele malen werd beweerd. De verhoren tijdens de enquête hebben er wel toe geleid dat meer mensen een verband zijn gaan leggen tussen hun klachten en de Bijlmerramp.

Maar zoals gezegd is niet iedereen het ermee eens dat het Bijlmersyndroom niet bestaat. Volgens Ivan Wolffers, hoogleraar gezondheidszorg aan de Vrije Universiteit, moet de zaak verder worden uitgezocht. Daarom schreef hij in juni in een krant: ‘In de volgende grote van Dale zouden we “Bijlmersyndroom” [moeten] opnemen, met daarachter in heldere termen: ‘‘Reeks verschijnselen van verschillende aard, vaak aangetroffen bij overlevenden en hulpverleners betrokken bij de Bijlmerramp. Tot in 1999 was de medische wetenschap niet in staat een enkele oorzaak voor dit syndroom te geven. Men zoekt verder.”’

Vergelijk onder de pet houden.