bengelaar betekenis & definitie

Iemand die aan een brug gaat hangen om zich vervolgens in het water te laten vallen. Op 10 juni 2000 kondigde De Dordtenaar aan dat het Openbaar Ministerie had besloten bengelaars harder te gaan aanpakken. ‘Volgens de provincie zijn de veelal jeugdige bengelaars niet alleen een gevaar voor zichzelf,’ aldus de krant, ‘maar ook voor het weg- en scheepvaartverkeer. Ze hinderen de doorstroming van verkeer op weg en water en bezorgen automobilisten, schippers en brugwachters de schrik van hun leven.’

Volgens de krant zijn vooral draaibruggen bij bengelaars in trek. ‘Hoewel de overtreders zich vaak pas net voor een aanvarende boot in het water laten vallen, hebben zich volgens de provincie nog geen ongelukken voorgedaan. [...] Als een bengelaar wordt betrapt krijgt hij een transactie van honderd gulden aangeboden. Als die niet direct betaald kan worden, stelt het OM vervolging in.’

Op de een of andere manier heeft bengelaar een antieke klank, mogelijk omdat bengel zo’n versleten jongensboekenwoord is. Toch is bengelaar vóór 2000 niet aangetroffen.