antirookpil betekenis & definitie

Nederland telt ruim vier miljoen rokers. Bij iedere jaarwisseling nemen zo’n honderdvijftig- tot tweehonderdduizend van hen zich voor om te stoppen met roken. Ze proberen het op wilskracht, met nicotinepleisters of nicotinekauwgom (woorden die we sinds 1992 kennen), met acupunctuur, cursussen, therapie of met andere hulpmiddelen, maar het succes is gering: zo’n 88 procent pakt na een tijdje de draad weer op. Dit effect zou groter moeten zijn bij de antirookpil, een artikel dat in Nederland in 1999 debuteerde.

Zoals zo vaak bracht het ANP het nieuws als eerste. ‘Een in de Verenigde Staten populaire anti-rookpil’, meldde het persbureau op 7 januari 1999, ‘komt mogelijk ook in Nederland op de markt. Het gaat om het middel Zyban dat niet alleen de lichamelijke en geestelijke nicotineverslaving tegengaat maar ook de smaak van een sigaret verpest.’

Zyban, een product van de Amerikaanse farmaciegigant GlaxoWellcome, is bij toeval ontdekt als antirookmiddel. Oorspronkelijk was het bedoeld voor de behandeling van depressiviteit bij Vietnamveteranen. De onverwachte werking van het middel viel op toen veel gebruikers spontaan stopten met roken. De werkzame stof in het middel is bupropionhydrochloride, een stof die werkt op een deel van de hersenen dat een rol speelt bij nicotineverslaving.

Glaxo kreeg in 1997 toestemming om Zyban in Amerika en Canada op de markt te brengen als antirookmiddel. Volgens het New England Journal of Medicine werkt het niet beter dan nicotinepleisters, maar volgens Glaxo werkt het twee keer zo goed.

Op 1 december besloot het College voor de beoordeling van geneesmiddelen Zyban toe te laten. Nederland is daarmee het eerste Europese land waar de antirookpil te krijgen zal zijn. De pillen zijn alleen op recept verkrijgbaar en moeten zeven tot twaalf weken worden geslikt. Volgens de Stichting Volksgezondheid en Roken (Stivoro) is de antirookpil alleen aan te bevelen voor echt verstokte rokers. ‘Er kunnen bijwerkingen optreden als hoofdpijn, oververmoeidheid en misselijkheid. Uiteindelijk blijft wilskracht nog altijd de belangrijkste voorwaarde om van het roken af te komen’, aldus een woordvoerder.

Overigens greep een recordaantal rokers de millenniumwisseling aan om een stoppoging te wagen: volgens een Nipo-onderzoek waren ruim 665.000 Nederlanders van plan om op 1 januari 2000 te stoppen.