Wat is de betekenis van zeis?

2019
2021-06-13
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

zeis

zeis - Zelfstandignaamwoord 1. (landbouw) (gereedschap) landbouwwerktuig (maaiwerktuig) bestaande uit een lang gebogen mes dat bevestigd is aan een steel met twee handvatten, dienende om lang gras of graan te maaien

Lees verder
2002
2021-06-13
Funerair Lexicon

Encyclopedisch woordenboek over de dood (2002)

Zeis

De zeis is het attribuut van de dood, die de grote maaier wordt genoemd. 'Alle vlees is gras', Jesaja 40:6.. In de Middeleeuwen werd de dood afgebeeld als skelet met in de rechterhand een zeis en in de linkerhand een zandloper. De zeis symboliseert de onverbiddelijkheid van de dood. De zeis wordt vaak verwerkt in kerkhofpoorten, vaak dubbel, met in...

Lees verder
1990
2021-06-13
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

zeis

zeis - Werktuigen die worden gebruikt om gras, graan of andere gewassen te maaien, samengesteld uit een lang gebogen blad dat onder een hoek is bevestigd aan een lange steel.

1981
2021-06-13
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

zeis

het werktuig van de boer om gras of graan te maaien. De kleinere vorm heet sikkel. De zeis is bij ons grotendeels door de maaimachine verdrongen.

Lees verder
1973
2021-06-13
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

zeis

v./m. (-en), boogvormig, puntig toelopend snijblad aan een lange stok met twee handvatten om gras en koren te maaien: een — haren, scherpen; attribuut van personificaties van de dood en de tijd.

1952
2021-06-13
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Zeis

s., seine; (om kanten van sloten en greppels glad af te snijden), snijseine; vlak van de —, fluorring; stok van de —, snij-, seinestôk.

1950
2021-06-13
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Zeis

v. (-en), werktuig bestaande uit een lang, boogvormig gekromd, puntig toelopend mes, aan de binnenzijde scherp, aan een lange stok bevestigd, om daarmee gras en koren te maaien : de rug, de snede, de kruk van een zeis ; een zeis haren, scherpen ; (spr.) zijn zeis in eens anders koren slaan, zich in de werkzaamheden van een ande...

Lees verder
1949
2021-06-13
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Zeis

handgereedschap voor het maaien van graan, gras enz. Bestaat uit boogvormig mes, bevestigd aan steel, voorzien van een kruk, waarmede de maaier het werktuig kan hanteren; tegenwoordig in vele gevallen verdrongen door maaimachines.

1939
2021-06-13
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Zeis

Maait het gras voor de voeten weg.

1933
2021-06-13
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Zeis

Voor het maaien van gras en klaver, minder voor rogge en andere gewassen, gebruikt men nog veelvuldig de z., bestaande uit een lang wigvormig, min of meer gekromd mes, hetwelk bevestigd is aan een staaf of stok, die voorzien is van twee handvatsels. De lengte van de staaf en de plaatsing der handvatsels bepalen, of men te doen heeft met de langboom...

Lees verder
1919
2021-06-13
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Zeis

dial. nog -zeisen en zenze, mnl, seisene, seinse, seine. Ohd. sëgansa, sëginsa, scgesna, nhd. Sense, os. sëgisna. Stam verwant met die van zagen, lat. secare = snijden.

Lees verder
1916
2021-06-13
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Zeis

Zeis - landbouwwerktuig, gebruikt om gras of graan te maaien, bestaat uit een boogvormig stalen mes, dat bevestigd is aan een langen steel, welke voorzien is van een langen en een korten kruk, waardoor de maaier het werktuig behoorlijk kan hanteeren.

1898
2021-06-13
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ZEIS

ZEIS, v. (-en), (gew. ZEISEN, v. (-en, -s),) lang boogvormig gekromd mes, aan de binnenzijde scherp, aan een langen stok bevestigd, om daarmee gras en koren te maaien : de rug, de snede, de kruk eener zeis; eene zeis haren, scherpen; (spr.) zijne zeis in eens anders koren slaan, zich in de werkzaamheden van een ander indringen. ZEIS JE, o. (-s).