Wat is de betekenis van vriendschappelijk?

2019
2022-12-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

vriendschappelijk

vriendschappelijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. in het kader van de vriendschap, niet competitief Er werd een vriendschappelijke wedstrijd gespeeld. Woordherkomst Afgeleid van vriendschap met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-

Lees verder
2018
2022-12-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

vriendschappelijk

vriendschappelijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: vriend-schap-pe-lijk 1. zoals past bij een vriendschap ♢ we hebben een vriendschappelijk contact met elkaar Bijvoeglijk naamwoord: vriend-schap-pe-lijk ... is vrie...

Lees verder
1973
2022-12-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Vriendschappelijk

bn. en bw. (-er, -st), zoals van of past aan, ofwel (bijw.) als vriend(en), blijk gevend van vriendschap: vriendschappelijk verkeer; vriendschappelijke wedstrijd, buiten de competitie om.

1952
2022-12-06
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Vriendschappelijk

adj. & adv., freonskiplik; — wat komen praten, komme to freonsprekken.

1950
2022-12-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Vriendschappelijk

bn. bw. (-er, -st), zoals van, past aan —, ofwel (bw.) als vriend(en), blijk gevend van vriendschap : vriendschappelijk verkeer ; vriendschappelijk met elkaar omgaan ; iem. vriendschappelijk behandelen ; een vriendschappelijke raad; — (sport) vriendschappelijke wedstrijd, buiten de competitie om.

1937
2022-12-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

vriendschappelijk

bn., bw.; als vriend; met, uit vriendschap: heel zijn vriendschappelijk gemoed schoot vol; een vriendschappelijke raad; vriendschappelijk omgaan.

1930
2022-12-06
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

vriendschappelijk

(vri:nt'schappәlәk) bn.en bw.(-er, -st) 1. als (van een) vriend, met, uit vriendschap: -e betrekkingen, raadgevingen; met elkander omgaan. 2. Sport. buiten de kompetitie om : een -e wedstrijd.

Lees verder
1898
2022-12-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VRIENDSCHAPPELIJK

VRIENDSCHAPPELIJK - bn. bw. (-er, -st), als vriend, met, uit vriendschap: vriendschappelijk met elkander omgaan; vriendschappelijk verkeer; iem. vriendschappelijk behandelen; een vriendschappelijke raad ; — (sport) vriendschappelijke wedstrijd, buiten de competitie om. VRIENDSCHAPPELIJKHEID, v.

Lees verder