Vriendelijkheid
v. (...heden), 1. minzaamheid, voorkomendheid; 2. daad, blijk van goede gezindheid, attentie ; ook iron.; 3. het vriendelijk-zijn in de bet. 2.: frisse bloemengaarde, zo needrig, maar zo rijk, in vriendlijkheid, op aarde, geen plekje u gelijk! (De Génestet).