Wat is de betekenis van voorspelling?

2024-05-30
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-05-30
Waterbegrippen

Rijkswaterstaat (2022)

Voorspelling

In de hydrologie betekent een voorspelling de beschrijving van een toekomstig fenomeen op grond van wetenschappelijke verbanden. Zo spreekt men bijvoorbeeld over de getijvoorspelling. En daarmee bedoelt men de beschrijving van het astronomische getij in de toekomst. Deze astronomische getijvoorspellingen worden gepubliceerd in getijtafels.

2024-05-30
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

voorspelling

voorspelling - Zelfstandignaamwoord 1. een uitspraak over iets wat in de toekomst gebeuren zal Zijn voorspelling is toch nog uitgekomen. Woordherkomst Naamwoord van handeling van voorspellen met het achtervoegsel -ing

2024-05-30
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

voorspelling

voorspelling - zelfstandig naamwoord uitspraak: voor-spel-ling 1. het zeggen wat er gaat gebeuren ♢ mijn voorspelling is dat er dit jaar nog meer files zullen komen Zelfstandig naamwoord: voor-spel-ling de voorspelli...

2024-05-30
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

voorspelling

waarsegging.

2024-05-30
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Voorspelling

s., foarsizzing.

2024-05-30
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

2024-05-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Voorspelling

v. (-en), 1. voorzegging, profetie: de gave der voorspelling hebben; 2. wat voorspeld wordt: zijn voorspelling is uitgekomen.

Wil je toegang tot alle 13 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-05-30
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

voorspelling

(voorspel'ling) v. -en; het voorspellen; hetgeen voorspeld is: profetie, voorzegging: een voorspelling wordt bewaarheid of gelogenstraft.