Verzorgen
(verzorgde, heeft verzorgd), zorgen voor, van het nodige voorzien : kinderen, planten, een zieke verzorgen; — bezorgen : zijn kinderen zijn goed verzorgd, hebben een goede betrekking; — een dochter verzorgen, haar uithuwen : — het huis verzorgen, deuren en vensters goed sluiten ; de kachel verzorgen,...