Wat is de betekenis van VEDELAAR?

1950
2021-09-19
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Vedelaar

m. (-s). vioolspeler; in het mv. soms zoveel als muzikanten.

1898
2021-09-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VEDELAAR

VEDELAAR - m. (-s), vioolspeler, dorpsmuzikant.

Gerelateerde zoekopdrachten