Wat is de betekenis van Uitpissen?

1998
2023-01-30
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Uitpissen

dat moetje niet - dat moetje niet onderschatten, gering achten. Slang. Syn. dat/zoiets moetje niet uitvlakken.

Lees verder
1997
2023-01-30
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

uitpissen

In West-Brabant komt de verwensing voor ga thuis bij je moeder de kachel uitpissen! Zij drukt ergernis, afkeer e.d. uit en wil dat de verwenste verdwijnt om nutteloos werk te doen en niet meer terug te keren. Wij zouden dat simpel kunnen weergeven met ‘donder op’.

1950
2023-01-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Uitpissen

(piste uit, heeft uitgepist), 1. pissend lozen; 2. door pissen doven; 3. ten einde pissen.

Lees verder
1898
2023-01-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

UITPISSEN

UITPISSEN - (plat.), (piste uit, heeft uitgepist), ten einde pissen; pissende loozen.