Wat is de betekenis van Tacet?

1993
2021-09-19
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Tacet

enige maten rust (muz.)

1973
2021-09-19
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

tacet

[Lat. hij zwijgt], o., (muziek) aanwijzing voor een zo aangeduide partij om in een bepaald onderdeel van een compositie niet te zingen of te spelen.

1962
2021-09-19
Muziek Encyclopedie

Geschreven door S. van Ameringen (1962)

tacet

(Lat., hij zwijgt), aanduiding dat de betreffende partij tijdelijk niet speelt of zingt.

1955
2021-09-19
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Tacet

zwijgt, maten rust.

1950
2021-09-19
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Tacet

(Lat.), (muz.) zwijgt (staat boven het cijfer dat het aantal maten rust aangeeft).

1948
2021-09-19
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

tacet

(Lat.) hij (zij of het) zwijgt; het zwijge; pauze.

1916
2021-09-19
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Tacet

Tacet - (Lat. „zwijgt”, muz.), staat in de partijen daar, waar een instrument of een zangstem een gedeelte niet mee te werken heeft.

1898
2021-09-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Tacet

Tacet - (Lat.) zwijgt (staat boven het cijfer dat het aantal maten rust aangeeft).

1864
2021-09-19
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

tacet

tacet - hij □, zij □, het zwijgt