Wat is de betekenis van strelen?

2024-02-25
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

strelen

strelen - Werkwoord 1. (ov) zachtjes met de hand over iets strijken Zijn ijdelheid werd met die opmerking gestreeld. 2. (refl) zich ~: zichzelf zachtjes aaien Synoniemen liefkozen, aaien

2024-02-25
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

strelen

strelen - regelmatig werkwoord uitspraak: stre-len 1. er zacht met je hand overheen strijken ♢ hij streelde haar zachte haren Regelmatig werkwoord: stre-len ik streel jij/u streelt...

2024-02-25
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans (1977)

strelen

strelen - het liefdesspel spelen (met-) (vgl. stroken). Wat ik vry of wat ik streel; mijn maegdom dat blyf 't heel, DE vos, Kleyn Jans Konkelpotje 30 [1714]. Gy sult desen nacht gerust Smaken soete minnelust, Als wy aan het streelen raken, Thirsis Minnewit i, 97 [± 1700].

2024-02-25
Oosthoek Encyclopedie supplement

Oosthoek (1972)

Strelen

(streelde, heeft gestreeld), 5. draadstrelen, snijden van draad op een werkstuk volgens een bepaalde methode op een (instrumenten-)draaibank. © Bij het strelen heeft men per te snijden draad een sjabloon nodig. Als sjabloon fungeert een cilinder waarop draad met de gewenste spoed is gesneden. De draadstreelinrichting heeft aan de ene kant een...

Wil je toegang tot alle 9 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-25
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Strelen

v.; (aaien), streakje, strele, aeikje, oanhelje, strike; (vleien), flaeije, paeije.

2024-02-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

STRELEN

(streelde, heeft gestreeld), 1. (veroud., thans nog gew.) borstelen; 2. (niet alg.) zacht vegen : de vloer strelen; 3. zacht en gewoonlijk liefkozend strijken over : een kat strelen ; hij streelde en aaide haar zachte wangen; 4. liefkozen : strelend gleed zijn blik over haar gestalte; 5. welbehagen geven, aangenaam a...

2024-02-25
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

strelen

streelde, h. gestreeld (1 aaien, liefkozen; 2 aangenaam aandoen: vleien): 1. een kat, een hond strelen, een kind de wang strelen; 2. die wijn streelt de tong; dat streelde zijn hoogmoed: refl. zich met enig mooi vooruitzicht strelen.

2024-02-25
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

strelen

('stre.lsn) (streelde, heeft gestreeld) [~ straal] 1. zacht met de hand over iets strijken om te liefkozen: een hond, kat -. Syn. → aaien. 2. aanhalen, vleien: een vrouw -. 3. aangenaam aandoen: een -de gewaarwording; die wijn streelt het gehemelte; de zinnen, de hoogmoed-; -de taal. 4. zacht vegen: de vloer -. 5. roskammen: een paard...

2024-02-25
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

strelen

(streelde, heeft gestreeld), 1. aaien; 2. liefkozen; 3. aangenaam aandoen; 4. vleien: iemands ijdelheid -.