Wat is de betekenis van Stichtenaar?

2024-07-20
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-07-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

STICHTENAAR

m. (-s, ...naren), inwoner van het Sticht, van Utrecht.

2024-07-20
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

Stichtenaar

m. Stichtenaars, Stichtenaren (bewoner van het Sticht of Utrecht).

2024-07-20
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

Stichtenaar

('stichtəna:r) m. (...naren, -s) Eert. bewoner van het sticht Utrecht.

2024-07-20
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Stichtenaar

Stichtenaar - m. (-s, ...naren), STICHTENAARSTER, v. (-s), bewoner, bewoonster van het bisdom Utrecht.

Gerelateerde zoekopdrachten