Wat is de betekenis van starten?

2024-07-21
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-07-21
Op-en-top Nederlands

Frens Bakker, Els Ruijsendaal, Paul Uljé, Dick van Zijderveld (2022)

starten

(werkwoord) [alg.] beginnen, aanvangen - Hij begon zijn loopbaan als krullenjongen. [techn.] aanzetten, inschakelen - De stratenmaker zette de trilplaat aan en het was met de stilte gedaan.

2024-07-21
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

starten

starten - Werkwoord 1. (ov) iets op gang brengen Hij had zijn motor nog niet gestart. 2. ergatief ergens een begin mee maken Hij is al vroeg in de morgen gestart. Woordherkomst afgeleid van start met het achtervoegsel -en

2024-07-21
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

starten

starten - regelmatig werkwoord uitspraak: star-ten 1. het gaan doen ♢ we starten een actie 1. de motor starten [hem laten draaien] 2. bij het beginpunt vertrekk...

2024-07-21
Wielersportwoordenboek

Jan Luitzen (2009)

starten

SP 1 (onov ww; startte; h. en is gestart) - (bij een wedstrijd) vertrekken van het beginpunt 2 (ov ww; startte; h. gestart) - een wedstrijd met een signaal van start doen gaan

2024-07-21
Vloeken lexicon

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg (1997)

starten

zie strot.

2024-07-21
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Starten

v., út, fan (’e) ein sette; (bij wedstrijd), fan ’e miet, mient, streek gean; laten — (bij wedstrijd), fuortsizze; (van auto), starte.

2024-07-21
Duits woordenboek (DU-NL)

Dr. H. W. J. Kroes (1951)

Starten

starten, vertrekken (sport); ein Unternehmen starten, met een onderneming beginnen; einen neuen Film starten, een nieuwe film (uit) brengen, lanceren.

Wil je toegang tot alle 15 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-07-21
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)