2020-04-06

stadion

stadion - Zelfstandignaamwoord 1. groot complex voorzien van sportvelden, tribunes en bijbehorende nutsvoorzieningen Verwante begrippen atletiek, voetbal

2020-04-06

stadion

stadion - zelfstandig naamwoord uitspraak: sta-di-on 1. groot sportterrein met tribunes voor het publiek ♢ de grote voetbalclubs hebben allemaal hun eigen stadion Zelfstandig naamwoord: sta-di-on het stadion de stadions

2020-04-06

Stadion

Stadion is de naam van een oud adellijk geslacht, afkomstig van het kasteel Stadion, thans een bouwval, in Graauwbünderland, doch later gevestigd in Zwaben aan de Donau. Van de leden vermelden wij: Christoph von Stadion, bisschop van Augsburg, een vriend van de keizers Maximiliaan I en Ferdinand I, maar ook van Melanchthon, met wien hij onderhandelde over de hervorming der Kerk en over de vereeniging van de Protestanten met de R. Katholieken; hij overleed in 1543; — Johann Kaspar von Stadion, gr...

2020-04-06

Stadion

Stadion - (Gr.) de renbaan in een gymnasium; ook de enkele wedloop. Als afstandsmaat 600 Gr. voet = omstr. 182 M. Naam en lengte heeft deze maat van de renbaan te Olympia. Thans heet st. een groot terrein met tribunes, bijgebouwen, enz., bestemd voor de beoefening van verschillende sporten.

2020-04-06

Stadion

Stadion - maat in Griekenland = 1 Kilometer.

2020-04-06

Stadion

De oude Grieken noemden de renbaan hunner openbare spelen stadion. In onzen tijd wordt onder stadion verstaan een groot terrein, omringd door overdekte en onoverdekte tribunes en staanplaatsen, met allerlei bijgebouwen, kleedkamers, badcellen, enz., dat gewoonlijk dient voor de vertoning van de beoefening van verschillende takken van sport. Er zijn ook enkele stadions, die, in hoofdzaak, voor één enkele sport bestemd zijn.

2020-04-06

stadion

stadion - Grote gebouwen, meestal zonder dak, met tribunes voor toeschouwers; zijn gebouwd in diverse vormen en worden gebruikt voor sportevenementen.

2020-04-06

Stadion

1° In de Oudheid was het s. de baan voor den wedloop, ter lengte van 600 voet; omdat de voet plaatselijk verschillend was, is bijv. het s. te Olympia ruim 192 m, dat van Delphi slechts ruim 177 m lang. De langs beide zijden omhoogloopende tribunes konden te Delphi 7000 menschen bevatten te Olympia 45000, te Athene 50000, te Ephesus zelfs 76000. De halfronde afsluiting met tribunes aan één einde van de lengteas is pas een latere ontwikkeling. Lit.: E. Norman en Gardiner, Athleti...

2020-04-06

Stadion

Bij de oude Grieken de renbaan, waarin de wedstrijden gehouden werden en naar den prijs gedongen werd; bij voorkeur nam men daarvoor een laagte tusschen heuvels, zoodat op de omringende oploopende hoogte de zitplaatsen konden worden aangebracht. Ook heden noemt men met dezen naam een gebouw en terrein aan de sport gewijd. (Stadion te Amsterdam.) In den Bijbel komt het woord voorin 1 Corinthe 9 : 24 waar Paulus van het stadion spreekt als beeld van de geestelijke loopbaan van den Christen, waarin...

2020-04-06

stadion

('sta:dion) o. (-s) [Gr.] 1. Oudh. loop-, renbaan in Oud-Athene. 2. Tegw. gebouw en perk voor grote sportwedstrijden : het amfiteater en de tribunes van een -.