Wat is de betekenis van siepel?

2019
2021-09-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

siepel

siepel - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van siepelen ♢ Ik siepel 2. gebiedende wijs van siepelen siepel! 3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van siepelen siepel je?

Lees verder
1950
2021-09-23
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Siepel

v. (-s), (gew.) ui.

1916
2021-09-23
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Siepel

Siepel - zie UIEN.

1898
2021-09-23
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Siepel

zie Ajuin.