Schrappen
(schrapte, heeft geschrapt), 1. door krabben van de bovenste of buitenste laag ontdoen, schrapen : wortelen, aardappelen schrappen; 2. doorhalen, een streep trekken door — (en daardoor ongeldig maken, doen vervallen): verkeerde woorden schrappen; in die kopij is veel geschrapt; iem. of iemands naam (van een lijst) schr...