Wat is de betekenis van Schalken?

1950
2021-08-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Schalken

(schalkte, heeft geschalkt), (scheepst.) met wiggen of latten vastzetten, inz. presennings over luiken. Vgl. Schalmen (I).

Lees verder
1933
2021-08-04
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Schalken

Het vastmaken van de dekkleeden over scheepsluiken. De schalkkleeden of presennings worden over de luiken gespannen en daaraan door middel van schalklatten en keggen vastgeklemd, tusschen de zgn. schalkklampen of haken.

1900
2021-08-04
Collectie Nederland

Collectie Nederland: Musea, Monumenten en Archeologie

schalken

Drager in de vorm van een halfzuiltje of colonnet, rond, driekwart rond, peervormig van doorsnede. De Normandische romaanse bouwkunst vertoont duidelijk het al hoger opschieten van de schalk (Bernay c. 1040, St.-Etienne te Caen c. 1065). De schalk had vooral in de gotiek een onderschikte functie t.o.v. de muren en muurdragende bouwdelen. Vangt gord...

Lees verder
1870
2021-08-04
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Schalken

Schalken (Godfried van), een verdienstelijk Nederlandsch genreschilder, geboren te Dordrecht in 1643, was een leerling van Hoogstraaten en Dou, woonde eerst geruimen tijd in Engeland en vestigde zich daarna in den Haag, waar hij den 16den November 1705 overleed. hij muntte vooral uit op het gebied der nachtstukken, en men vindt doeken van zijne han...

Lees verder