Wat is de betekenis van roofing?

2022
2022-05-21
vindpunt

Vindpunt.nl

roofing

(zelfstandig naamwoord) dakwerk; dakbedekking

Lees verder
2020
2022-05-21
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

roofing

dakbedekkingsmateriaal. waterdicht materiaal op basis van asfalt of rubber, dat gebruikt wordt als dakbedekking. Voorbeelden: Een tijdje nadat gisteren een knecht twee open haarden had aangestoken in het kasteel Alde Biezen [...] brak in de noordvleugel brand uit. Via het dak, dat uit roofing bestond, verspreidden de vlammen zich zo...

Lees verder
2015
2022-05-21
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

roofing

(NL) dakleer Het begint hiermee: uw dak mag niet lekken. Beter een laag roofing te veel dan een loden slab te weinig. Voor de rest moet een eigenaar verbouwen en verbeteren waar hij kan. (Tom Lanoye, Sprakeloos) In het Engels: 'roofing', afgeleid van 'roof' (dak). Belgisch-Nederlandse Standaardtaal Gangbaarheid:...

Lees verder
1951
2022-05-21
Engels

Woordenboek Engels (1951)

roofing

bedaking; dakwerk; roofing tile, dakpan.