Wat is de betekenis van robuust?

2018
2022-05-17
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

robuust

robuust - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ro-buust 1. sterk en stevig gebouwd ♢ mijn buurman is een robuuste kerel Bijvoeglijk naamwoord: ro-buust ... is robuuster dan ... de/het robuus...

Lees verder
1993
2022-05-17
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Robuust

stoer; krachtig

1973
2022-05-17
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Robuust

[Fr.], bn., sterk, krachtig, stevig gebouwd .

1955
2022-05-17
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Robuust

krachtig, fors, stevig.

1950
2022-05-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Robuust

(<Fr.),bn., sterk, krachtig, stevig gebouwd.

1937
2022-05-17
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

robuust

bn.; (Fr. robuste, Lat. robustus v. robur = kracht): sterk, stevig, krachtig gebouwd.

1898
2022-05-17
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Robuust

Robuust - bn. sterk, krachtig.