Proesten
(proestte, heeft geproest), 1. niezen: de hele stad hoest en proest (Beets); 2. snuivend blazen: de zwemmer kwam boven, proestend en hijgend; — wij proestten (het uit) van het lachen, wij braken uit in een heftig gelach.
Benieuwd hoe Ensie en Prisma digitale woordenboeken jouw lessen kunnen versterken?
Van Dale Uitgevers (1950)
(proestte, heeft geproest), 1. niezen: de hele stad hoest en proest (Beets); 2. snuivend blazen: de zwemmer kwam boven, proestend en hijgend; — wij proestten (het uit) van het lachen, wij braken uit in een heftig gelach.
Muiswerk Educatief (2017)
proesten - regelmatig werkwoord uitspraak: proes-ten 1. met kracht de lucht door je neus naar buiten stoten ♢ plotseling moest ik proesten 2. in lachen uitbarsten ♢ de kinderen proesten om die g...
M. J. Koenen's (1937)
proestte, h. geproest (niezen; v. paarden: snuiven; de lach niet kunnen inhouden en uitbarsten): de zwemmer snoof en proestte; proesten van het lachen.
Jozef Verschueren (1930)
('proestən) (proestte, heeft geproest) [klnb.] l.snuiven van paarden. 2. hard niezen. 3. uitbarsten: van het lachen.
Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)
(proestte, heeft geproest), 1. niezen: iedereen hoest en proest in dit jaargetijde; 2. snuivend blazen; blazend vochtdeeltjes uitwerpen: de zwemmer kwam boven, proestend en hijgend; 3. uitbarsten in lachen: wij proestten het uit van het lachen.
J.H. van Dale (1898)
Proesten - (proestte, heeft geproest), snuiven (van paarden); hard niezen; — (fig.) wij proestten (het uit) van het lachen, wij braken in een heftig lachen los.
I.M. Calisch (1864)
Proesten, ow. gel. (ik proestte, heb geproest), snuiven (van paarden); hard niezen; (fig.) wij proestten van het lagchen..
Gerelateerde zoekopdrachten
Log hier in om direct te kunnen beginnen met schrijven.
Wil je dit begrip toevoegen aan je favorieten? Word dan snel vriend van Ensie en geniet van alle voordelen: