Wat is de betekenis van overwicht?

2018
2022-01-24
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

overwicht

overwicht - zelfstandig naamwoord uitspraak: o-ver-wicht 1. wie iets te zeggen heeft over andere mensen ♢ het overwicht van de deskundigen in deze zaak is groot 1. geen overwicht hebben [niets over...

Lees verder
1952
2022-01-24
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Overwicht

s.n.; (toegift), ta-, oerwicht (it), taslach, trochslach; (meerderheid) oerwicht; — hebben, oerweage, -wage.

1950
2022-01-24
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Overwicht

o., 1. wat iets meer weegt dan vastgesteld is ; — hetgeen boven het bepaalde gewicht geleverd wordt: in de handel geeft men vaak overwicht of korting voor goed gewicht; 2. zwaarder gewicht dan wat nodig of dienstig is om iets in evenwicht te houden; 3. (fig.) grotere invloed, meerdere macht of aanzien: overwicht krijgen, zijn overwi...

Lees verder
1937
2022-01-24
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

overwicht

o. (1 meer gewicht dan vereist wordt; dat, wat bij verkoop boven het bepaalde gewicht wordt gegeven, toegift; 2 fig. meer macht of aanzien, grotere invloed): 1 er is een kilo overwicht, doorslag; 2 zedelijk overwicht; het overwicht hebben.

Lees verder
1910
2022-01-24
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Overwicht

Overwicht - wat men boven het juiste, vastgestelde gewicht ontvangt.

1898
2022-01-24
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Overwicht

Overwicht - o. meer gewicht dan vereischt wordt: in den handel geeft men vaak overwicht öf korting voor goed gewicht; — (fig.) grootere invloed, meer macht of aanzien: overwicht krijgen, zijn overwicht verliezen. OVERWICHTJE, o. (-s), (nat.) klein gewichtje op de valmachine van Atwood.

Lees verder