Wat is de betekenis van ornament?

2023-09-25
Laat maar zien

Jos van Onna & Anky Jacobse (2020)

Ornament

Versiering.

2023-09-25
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

ornament

ornament - zelfstandig naamwoord uitspraak: or-na-ment 1. iets wat ter versiering is aangebracht ♢ deze schilderijlijst heeft bijzondere ornamenten Zelfstandig naamwoord: or-na-ment het ornament ...

Direct toegang tot alle 20 resultaten over ornament?

Word nu vriend van Ensie
2023-09-25
Lexicon voor de kunstvakken

Wouter van Boesschoten, Wieneke van Breukelen, Ton Konings m.m.v Henriette Coppens, Eefje Lonis, Jos van Waterschoot & Simon Wienke (2002)

ornament

Een ornament is een versiering in een bep. vorm (1); vaak zijn het gestileerde (zie stileren) natuurvormen en wordt herhaling toegepast bijv. vlechtwerk, golvend; o.a. in architectuur, keramiek, borduren en smeden; vaak met een symboliek, bijv. levensboom.

2023-09-25
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Ornament

[Lat. ornamentum = uitrusting, sieraad] versiersel.

2023-09-25
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks (1993)

Ornament

(ornement) versiersel

2023-09-25
Woordenboek Nederlandse termen van Bibliotheek en documentaire informatie

dr. P.J. van Swigchem en E.J. Slot (1990)

ornament

vaak gestileerde versiering, onder meer door drukkers of boekbinders aangebracht in boek of op boekband. - versiering.

2023-09-25
Kunstgeschiedenis

Amsterdam Boek (1959)

Ornament

Versiering van kunstvoorwerpen, vaak getypeerd door symmetrie en herhaling van het motief.

2023-09-25
De vreemde woorden.
woordenboek

Fokko Bos, Dr. O. Noordenbos (1955)

Ornament

o., sieraad, versiering

2023-09-25
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Ornament

s.n., ornamint (it).

2023-09-25
Woordenboek Engels (EN-NL)

Dr. F.P.H. van Wely (1951)

ornament

I. ornament, versiersel, versiering; sieraad; II. (ver) sieren, tooien.

2023-09-25
Duits woordenboek (DU-NL)

Dr. H. W. J. Kroes (1951)

Ornament

ornament, versiersel.

2023-09-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Ornament

(<Lat.), ornement.

2023-09-25
De Kleine Winkler Prins

Winkler Prins (1949)

Ornament

elke geometrische of andere decoratieve toevoeging aan een grondvorm van kunstnijverheid (huisraad, kleding e.d.) en architectuur.

2023-09-25
Kramers woordentolk

Jacon Kramers Jz (1948)

ornament

(Fr.) o. sieraad, versiersel.

2023-09-25
X-Y-Z der Muziek

Casper Höweler (1939)

Ornament

versiering (Fr.). Ornamentiek: leer of gebruik van de versieringen.

2023-09-25
Vreemde woordenboek

S. van Praag (1937)

ornament

o. sieraad.

2023-09-25
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Ornament

(Lat. ornamentum = versiersel). Onder o. verstaat men in de beeldende kunsten iedere versiering, die aan een gebouw, beeldhouwwerk, schilderstuk, gravure enz. wordt aangebracht, waaruit men den „stijl” van het werk grootendeels kan afleiden en den tijd, waarin het ontstaan is, bepalen. Het o. kan bestaan uit geometrische lijnen, gestyle...

2023-09-25
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

ornament

(orna'ment) o. (-en; -je) [bat. ornamentum d. i.] 1. Algm. versiersel, sieraad : een paar -en ov de schoorsteenmantel. 2. Inz. a. dekoratieve versiering : de -en zijn ontleend aan de levende (plantenrijk, dierenrijk) of levenloze natuur (b. v. delfstoffenrijk), aan de meetkunde enz. b. versierende muzikale bijnoten : -en door de komponist z...

2023-09-25
Algemeen  Technisch woordenboek

H.J. van Eyk (1916)

Ornament

Sieraad, versiering.

2023-09-25
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

ornament

(ornement) [Lat. ornare versieren], o. (-en), 1. versiersel, tooi, sieraad: de ornamenten van een versierd handschrift; bibelot; 2. decoratieve versiering die door de schilder-of beeldhouwkunst wordt aangebracht op gebouwen, voorwerpen enz., gekenmerkt door stilering, symmetrie en herhaling van het motief; 3. (muziek) bijnoten ter versiering van de...