Wat is de betekenis van opzichter?

2020
2021-01-18
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

opzichter

Het begrip opzichter heeft 7 verschillende betekenissen: 1) iemand die toeziet op werk. iemand die toezicht houdt op de uitvoering van de werkzaamheden op plaatsen zoals een fabriek, een mijn, een werf, een plantage of een ander groot landbouwbedrijf. 2) iemand die toeziet op gebouwen. iemand die voor een bouwondernemer, een woningco...

Lees verder
2018
2021-01-18
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

opzichter

opzichter - zelfstandig naamwoord uitspraak: op-zich-ter 1. wie toezicht houdt ♢ waar is de opzichter van dit bouwwerk? Zelfstandig naamwoord: op-zich-ter de opzichter de opzichters...

Lees verder
2016
2021-01-18
Prorail

Begrippenlijst Prorail

Opzichter

Een opzichter is een toezichthouder die in het walproces verantwoordelijk is voor de veilige verkeersregeling in het hem toegewezen gebied, waarin zich geen centraal bediende beveiliging bevindt.

2015
2021-01-18
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

opzichter

toezichthouder Beiden studeren film in avondonderwijs aan de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Ze leerden elkaar kennen in het MAS waar ze allebei als opzichter werkten. (Gazet van Antwerpen) Belgisch-Nederlandse Standaardtaal Gangbaarheid: 6 Vlaamsheid: 1

Lees verder
1990
2021-01-18
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

opzichter

opzichter - Administratieve medewerkers die op een bouwterrein de administratie van de arbeiders, de gemaakte bestellingen en voortgang van het werk bijhouden. Ze maken verslagen, ontvangen en rangschikken monsters en houden een logboek bij van de werkzaamheden.

1973
2021-01-18
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

opzichter

m. (-s), iemand die met het opzicht of toezicht belast is; m.n. persoon die het toezicht houdt bij de bouw of op het onderhoud van bouwwerken: — bij Rijkswaterstaat.

1950
2021-01-18
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Opzichter

m. (-s), die met enig opzicht of toezicht belast is; inz. beambte die het toezicht houdt bij de bouw of op het onderhoud van bouwwerken: de opzichters der fortificatiën, derde, tweede en eerste klasse; opzichter bij de landsgebouwen.

1898
2021-01-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Opzichter

Opzichter - m. (-s), OPZICHTSTER, v. (-s), die met eenig opzicht of toezicht belast is; inz. beambte die het toezicht houdt bij den bouw of op het onderhoud van bouwwerken : de opzichters der fortificatiën; opzichter bij de landsgebouwen.