Wat is de betekenis van oogmeester?

2024-05-30
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

oogmeester

Het begrip oogmeester heeft 2 verschillende betekenissen: 1) voormalig oogheelkundige. iemand die voor zijn beroep oogkwalen behandelde en brillen verkocht; voormalig oogheelkundige; oculist. In historiserend gebruik. 2) oogarts. arts die is gespecialiseerd in de diagnose, behandeling en het onderzoek van oogafwijkingen en oog...

2024-05-30
Typisch Vlaams woordenboek

Ludo Permentier en Rik Schutz (2015)

oogmeester

oogarts Een 'oogmeester', zo zou mijn opa uit Brugge hem genoemd hebben. De oftalmoloog had voor mijn jaarlijkse controle 3D-kiekjes van m'n netvlies genomen. (Het Belang van Limburg) Geen Algmeen Nederlands Gangbaarheid: 1 Vlaamsheid: 2

2024-05-30
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

oogmeester

(de, -s) oogarts.

2024-05-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Oogmeester

m. (-s), (Zuidn.) oogarts.

2024-05-30
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

oogmeester

m. oogmeesters (Z.-N. oogarts).

2024-05-30
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

oogmeester

('o:ch) m. (–s) oogarts.

2024-05-30
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

oogmeester

m. (-s), (gew.) oogarts.

2024-05-30
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Oogmeester

m. (-s), (Zuidn.) oogarts,