Wat is de betekenis van onverstoorbaar?

2019
2021-05-15
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

onverstoorbaar

onverstoorbaar - Bijvoeglijk naamwoord 1. zonder de aandacht te verliezen, moeilijk van zijn stuk te brengen Hij heeft een vrij onverstoorbare manier van doen. onverstoorbaar - Bijwoord 1. op onverstoorbare wijze Hij zat onverstoorbaar te...

Lees verder
2018
2021-05-15
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

onverstoorbaar

onverstoorbaar - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: on-ver-stoor-baar 1. zonder zich af te laten leiden, niet gauw van streek ♢ onverstoorbaar gaat hij altijd zijn gang Bijvoeglijk naamwoord: on-ver-stoor-baar ... is o...

Lees verder
1973
2021-05-15
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

onverstoorbaar

bn. en bw., niet uitzijn evenwicht te brengen.

1952
2021-05-15
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Onverstoorbaar

adj. & adv., ûnforsteurber; — blijven, hyt noch kâld wurde, (altyd) deselde bliuwe, oars noch oars wurde, der lykmoedich ûnder bliuwe.

1950
2021-05-15
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Onverstoorbaar

bn. bw., niet door een of ander afgebroken kunnende worden: onverstoorbare rust; met onverstoorbare kalmte; — (van pers.) door niets uit zijn evenwicht te brengen; — bw.: hij rookte onverstoorbaar door ; een onverstoorbaar goed humeur.

1898
2021-05-15
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Onverstoorbaar

bn. bw. niet verstoord, niet door iets onaangenaams kunnende afgebroken worden: onverstoorbare rust; met onverstoorbare kalmte; — bw. hij rookte onverstoorbaar door; een onverstoorbaar goed humeur. ONVERSTOORBAARHEID, v. .

Lees verder