Wat is de betekenis van onstuimig?

2019
2022-11-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

onstuimig

onstuimig - Bijvoeglijk naamwoord 1. moeilijk in toom te houden Zijn onstuimig gedrag in de klas leidde tot veel nablijven. Woordherkomst Naamwoord van handeling van stamelen met het voorvoegsel on- en met het achtervoegsel -ig Synoniemen wild, woest, heftig, hevig, levend...

Lees verder
2018
2022-11-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

onstuimig

onstuimig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: on-stui-mig 1. wild, moeilijk te bedwingen ♢ die zoon van Fleur is een onstuimig kind: dol op vliegen en rennen 1. onstuimige golven [woeste, hoge golve...

Lees verder
1973
2022-11-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

onstuimig

bn. en bw. (-er, -st), 1. woest: de onstuimige zee; 2. wild, stormachtig: weer; 3. (fig.) hartstochtelijk: een onstuimige liefde.

Lees verder
1952
2022-11-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Onstuimig

adj. & adv., ûnstumich, forheftich, balstjurrich, gysten, kerbûstich swift; (van het weer), ûnlijich, boas bjuster, rûzich, ûnwarich, kerbûstich.

1950
2022-11-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Onstuimig

bn. bw. (-er, -st), 1. woest, in heftige beweging verkerende: de onstuimige zee; de onstuimige golven. 2. wild, buiig, stormig: onstuimig weer; een onstuimige wind. 3. (fig.) heftig, hartstochtelijk: de liefde, zegt men, is onstuimig, onrustig, driftig, ongelijk aan zichzelf; — bw.: zijn hart jaagt onstuimig. 4. dr...

Lees verder
1937
2022-11-27
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

onstuimig

bn., bw. (zich woest bewegende; van weer: buiig, stormig; heftig, hartstochtelijk, geweldig): de onstuimige golven; onstuimige liefde, onstuimige vreugde; een onstuimig ros, wild; aanvallen met onstuimige kracht; zijn hart jaagt onstuimig.

1930
2022-11-27
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

onstuimig

(on'stuiməch) bn. en bw. (-er, -st) 1. woest, wild : een ros; de -e golven; weer. 2. heftig, hartstochtelijk : -e driften; zijn boezem jaagt -.

Lees verder
1921
2022-11-27
Levende taal

T. Pluim - 1921

Onstuimig

(ook „onstuime,” „ongestuime” baren), van ’t Hoogd ungestüm, en dit van het niet meer gebruikte gestüme — rustig, stil. Het woord is familie van stam, dat belemmeren, tegenhouden bet., vergel. ons: stamelen.

1911
2022-11-27
pluim

Keur van Nederlansche woordafleidingen

Onstuimig

verlenging van onstuim: ,,de onstuime baren”, ook wel (bij Vondel en zijn tijdgenooten): ,,de ongestuime baren”, ,,de ongestuimige zee”. Waarschijnlijk een navolging van ’t Hgd. ungestüm. Het bijv.nw. zonder de ontkenning (dus stuimig) is niet meer in gebruik en kwam oudtijds zelden voor; Mhd. gestüme = rustig, sti...

Lees verder
1898
2022-11-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Onstuimig

bn. bw. (-er, -st), woest, in heftige beweging verkerende: wanneer Neptunus het hoofd uit de onstuimige golven opstak; — wild, buiig, stormig: onstuimig weer; een onstuimige wind; — (fig.) heftig, hartstochtelijk: met welk een onstuimige vreugde sloeg hem het hart; de liefde, zegt men, is onstuimig, onrustig, driftig, ongelijk aan zich...

Lees verder
1856
2022-11-27
Jacob van Lennep

Zeemans-woordenboek 1856

Onstuimig

b.n. - ongestuimig, ongestuim of onstuim (wild, buijig, stormig).