Wat is de betekenis van Online?

2022
2022-11-30
vindpunt

Vindpunt.nl

online

(bijvoeglijk naamwoord) [ict] verbonden, aangekoppeld, op het web, via internet - Wie niet verbonden is kan niet eens betalen! En we hebben in dit dorp nog steeds geen glasvezel. - Kopen doe ik al jaren alleen nog via internet.

Lees verder
2019
2022-11-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

online

online - Bijvoeglijk naamwoord 1. (informatica) in verbintenis met het internet Hij was een tijdje online geweest. Daarvan bestaat ook een online versie. online - Bijwoord 1. (informatica) in verbintenis met het internet ...

Lees verder
2018
2022-11-30
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

online

online - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: on-lajn 1. rechtstreeks verbonden met server of internet ♢ als jij en ik online zijn, kunnen we met elkaar chatten Bijvoeglijk naamwoord: on-lajn

Lees verder
2011
2022-11-30
Basisboek Online Marketing

Basisboek Online Marketing

Online

De situatie waarin er een verbinding is met internet.

2001
2022-11-30
Internet woordenboek

Uitgave 2001 [draft]

online

Met openstaande verbinding. Van online-communicatie is sprake wanneer het contact via de (telefoon)lijn tussen zender en ontvanger (bijvoorbeeld de Intemet-gebruiker en de provider) gedurende de communicatiesessie in stand blijft. Zie ook: offline.

Lees verder
1995
2022-11-30
Martin Bannink

Auteur internet.taal (1995)

Online

Uiteraard het tegenovergestelde van 'offline'. Je bent online als je via een telefoonlijn druk bezig bent bestanden uit andere computers te roven. Als je dit een avondje aan het doen bent, zal niemand je telefonisch kunnen bereiken. En als iemand je een paar keer tevergeefs probeert te bellen, denkt hij (of zij) dat je uren met iemand anders zit te...

Lees verder
1985
2022-11-30
Woordenboek automatisering

Henk Biemond - 1985

Online

Gekoppeld De mogelijkheid om via een terminal rechtstreeks met een computer te communiceren.