Wat is de betekenis van onkreukbaar?

2019
2022-05-17
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

onkreukbaar

onkreukbaar - Bijvoeglijk naamwoord 1. niet vatbaar voor omkoping en corruptie Hij is altijd een onkreukbaar man geweest. Woordherkomst Afgeleid van kreukbaar met het voorvoegsel on-

Lees verder
2018
2022-05-17
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

onkreukbaar

onkreukbaar - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: on-kreuk-baar 1. wie altijd eerlijk en oprecht is ♢ deze man is onkreukbaar Bijvoeglijk naamwoord: on-kreuk-baar ... is onkreukbaarder dan ... ...

Lees verder
1973
2022-05-17
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

onkreukbaar

bn. (-der, -st), niet te kreuken; een das van onkreukbare zijde; (fig.) onschendbaar: zoals alle voornemens geen onkreukbare wetten zijn; onaantastbaar, voor geen inbreuk vatbaar, integer: onkreukbare trouw.

1952
2022-05-17
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Onkreukbaar

adj., ûnkrûkber.

1950
2022-05-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Onkreukbaar

bn. (-der, -st), niet gekreukt kunnende worden: een das van onkreukbare zijde; — (fig.) onschendbaar: gelijk alle voornemens geen onkreukbare wetten zijn; — onaantastbaar, voor geen inbreuk vatbaar: onkreukbare braafheid, trouw, rechtschapenheid; de wet van het onkreukbare geweten.

1937
2022-05-17
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

onkreukbaar

bn.; onkreukbaarder, onkreukbaarst (niet te kreuken; ongerept): onkreukbare eerlijkheid, onomkoopbaar; een onkreukbaar geweten, rein.

1898
2022-05-17
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Onkreukbaar

bn. (-der, -st), niet gekreukt kunnende worden : gelijk alle voornemens geen onkreukbare wetten zijn; ongekreukt, ongekrenkt, ongerept: onkreukbare braafheid, trouw, rechtschapenheid; — de wet van ‘t onkreukbare geweten, zonder rimpel. ONKREUKBAARHEID, v.

Lees verder