2019-11-18

onenigheid

onenigheid - zelfstandig naamwoord uitspraak: on-e-nig-heid 1. toestand van kwaad zijn op elkaar ♢ er is altijd onenigheid tussen hem en zijn broer Zelfstandig naamwoord: on-e-nig-heid de onenigheid de onenigheden het onenigheidje Synoniemen bonje, conflict, geschil, heibel, meningsversch...

2019-11-18

onenigheid

onenigheid - Zelfstandignaamwoord 1. ruzie, meningsverschil De twee landen hebben al vele jaren onenigheid over de loop van de grens. Woordherkomst afgeleid van onenig met het achtervoegsel -heid Verwante begrippen dispuut, twist, verdeeldheid

2019-11-18

onenigheid

ruzie; twist. Hier gebagatelliseerd. Men is het gewoon niet eens met elkaar, wat altijd minder erg lijkt. Onenigheid klinkt ook minder dramatisch. Wat erg opvalt is dat vertrek wegens onenigheid uit een raad van bestuur vorig jaar veel minder voorkwam dan in 1996. NRC Handelsblad, 19-03-98