2020-01-29

niet eens

niet eens - Frase 1. zelfs dat niet Hij had niet eens tijd om zijn schoenen aan te trekken zo snel moest hij het brandende huis verlaten. Na 40 jaar trouwe dienst kon zijn baas hem niet eens een bedankje sturen.

2018-09-02

Eens

EENS, bw. éénmaal, één keer: ik zeg het maar eens; eens voor altijd (bij eene vermaning); — dat is eens, nu niet weer; — meer dan eens, dikwijls; — ik krijg nu eens van u (bij het spel), eenmaal den inzet zijt ge mij schuldig — ik heb [houd) eens op hem, hij heeft mijne wraak te duchten; — doe het eens waag het niet; — hij deed het examen in tweemaal, doch zijn broer deed het in eens; — de belasting in eens betalen; ik heb hem eens gezien; — op zekeren tijd, eene reis (in he...

2019-07-11

eens

eens, - (argot), vermoeden, achterdocht.

2019-07-10

eens

achterdocht; vermoeden. De grandigers hebben eens op je.

2017-11-14

eens

eens - bijwoord, bijvoeglijk naamwoord 1. op een keer ♢ eens komt er een eind aan 2. nog één keer ♢ deze ruimte is eens zo groot als de vorige 3. dezelfde mening hebben ♢ we zijn het weer eens met elkaar 4. het goed vinden, ermee akkoord gaan

2019-04-28

Eens

zie Eendrachtig.

2017-11-13

eens

ééns - Bijvoeglijk naamwoord 1. alleen predicatief: het ~ zijn/worden over tot een vergelijk komen Zij konden het er niet over eens worden. Zij waren het met elkaar eens geworden over de prijs van de auto. ééns - Bijwoord 1. op enigerlei tijd in het verleden. Eens was dat een rijke stad. ♢...

2018-09-27

Niet

1. Niet bw. van ontkenning: ik kan niet komen; niet met al of allen, niemendal, hoegenaamd niets; — ’t was goed weer, dat niet, dat ontken ik niet; — wat heb ik niet dikwijls gezegd, ik heb immers dikwijls gezegd; — hoe vaak heb ik niet gedacht, zeer vaak heb ik gedacht; — dat is niet te versmaden, dat moet men graag aannemen; — — o. wat nog niet bestaat: God heeft de wereld uit het niet geschapen; uit het niet te voorschijn roepen; — te niet doen, vernietigen; — te niet gaan,...

2019-03-14

Niet

Niet - 1. Bij een gewone loterij, geen prijs. 2. Bij eene loten- of premieleening, de laagste prijs, gewoonlijk gelijkstaande met den inleg.

2019-10-16

Niet-

Zie ook ➝ Non. . .

2017-12-04

niet

niet - Bijwoord 1. ontkenning, tegenovergestelde van 'wel' Het is niet zo. 2. zo niet: niet op deze wijze Dat moet je zo niet doen want dan gaat het boek kapot. niet - Zelfstandignaamwoord niet - Werkwoord 1. enkelvoud tegenwoordige tijd van nieten 2. gebiedenwijs van nieten Woordherkomst afkomstig van: Middelnederlands: niet, niewet Oudernede...

2017-11-14

niet

niet - bijwoord 1. geeft ontkenning aan ♢ hij kan niet komen Algemene uitdrukkingen: 1. dat was lekker, niet? [dat vind jij toch ook?] Bijwoord: niet Tegenstellingen wel

2017-05-25

foto: niet eens op de - komen

Enigszins laatdunkende typering van een renner die slecht heeft gesprint.

2017-06-22

Eens zijn over opvoeden

Ouders hoeven het echt niet over alles eens te zijn bij het opvoeden. Jonge kinderen zijn volop bezig met de wereld om hen heen te verkennen. Ze weten nog niet tot hoe ver ze kunnen gaan en wat papa en mama wel en niet goed vinden. Ze hebben daarom het meest aan een omgeving waarin voor hen alles zo duidelijk mogelijk is. Vaste regels en grenzen van de ouders geven de kinderen houvast en een gevoel van veiligheid, ook al verzetten ze zich er vaak tegen. Een kind heeft alle vertrouwen in zijn oud...

2017-05-30

niet-ledengebonden

niet gebonden aan leden; niet gebonden aan een ledenbestand; waarvan het bestaan niet afhankelijk is van leden of het aantal leden; taakgebonden

2017-05-30

niet-persoonsgebonden

niet gebonden aan de persoon; geen betrekking hebbend op, niet behorend bij een persoon of bij personen; ook: niet bestemd voor, niet gericht op, niet afhankelijk van de persoon; niet gekoppeld aan het individu

2016-12-31

Niet-ingezetene

Een Niet-ingezetene is een persoon of bedrijf niet behorend tot de Nederlandse economie.

2017-02-21

niet-kleuren

Zwart en wit zijn niet-kleuren; zo genoemd omdat ze niet als spectrumkleur voorkomen.

2017-05-30

niet-leeftijdsgebonden

niet gebonden aan een bepaalde leeftijd; niet behorende bij, niet kenmerkend voor een bepaalde leeftijd

2016-12-30

Niet-Nederlander

Persoon die niet de Nederlandse nationaliteit bezit en niet op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander moet worden behandeld. Toelichting Niet inbegrepen zijn: - niet- Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO-militairen die in Nederland wonen; - asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang in Nederland verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.