Natie
v. (-s, ...tiën), 1. alle mensen die oorsprong, taal, zeden enz. gemeen hebben; volk, volksstam: de Hollandse natie; — (gemeenz.) hij is van de natie, hij is een jood; 2. het volk dat behoort tot een bep. staat: de Engelsen zijn een handeldrijvende natie; — (abs.) het, ons volk: het Roomse deel der natie...