Wat is de betekenis van Moor (3)?

1898
2021-04-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Moor (3)

Moor o. mv. (moren), in de beteekenis van soorten van moor : gewaterd berkan : zekere wollen stof; ook naam van zekere gewaterde zijden stof; gevlamd ijzer of blik.