Wat is de betekenis van Monolietbouw?

1950
2021-05-12
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Monolietbouw

m., g. mv., bouw, gemeenlijk van bijzonder beton, die op de bouwplaats zelf geschiedt.

1949
2021-05-12
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Monolietbouw

werk van beton* of gewapend beton als een geheel opgetrokken, welk karakter niet verloren gaat door krimpvoegen om het ontstaan van scheuren bij verharding van de beton te voorkomen, noch door uitsparingen of holten bij reservoirs, silo's, bunkers enz., door deur- en vensteropeningen enz.

Gerelateerde zoekopdrachten