Wat is de betekenis van middelmatig?

2019
2022-09-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

middelmatig

middelmatig - Bijvoeglijk naamwoord 1. zich rond het gemiddelde bevinden Dat is een boom van middelmatige hoogte. 2. niet in positieve zin opvallen De behaalde resultaten waren niet meer dan middelmatig. Woordherkomst Samenstellende afl...

Lees verder
2018
2022-09-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

middelmatig

middelmatig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: mid-del-ma-tig 1. ergens halverwege tussen twee uitersten ♢de omzet is dit jaar middelmatig 2. niet erg goed ♢je werk is nogal middelmatig, je krij...

Lees verder
1973
2022-09-29
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

middelmatig

bn. en bw. (-er, -st), 1. de middelmaat houdende: van middelmatige gestalte; middelmatig groot; 2. lang niet uitnemend, eerder slecht dan goed: hij zingt maar die leerling is hoogst middelmatig.

Lees verder
1952
2022-09-29
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Middelmatig

adj. & adv., tuskenbeiden, midsmjittich, mil-, mulmjittich; (adv.) stadich(jes); — zijn, yn ‘e mil-, mulmjitte wêze; het weer is —, it waer is healwei.

1950
2022-09-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Middelmatig

bn. bw. (-er, -st), 1. de middelmaat houdende: van middelmatige gestalte; middelmatig groot; 2. lang niet uitnemend, eer slecht dan goed: hij zingt maar middelmatig; die leerling is hoogst middelmatig.

Lees verder
1937
2022-09-29
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

middelmatig

bn., bw.; lang niet uitnemend; niet bijzonder, tamelijk: middelmatige gaven; middelmatig groot.

1930
2022-09-29
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

middelmatig

(middəl'ma:təch) bn. en bw. (-er, -st) 1. de middelmaat houdend : -e gaven; groot. 2. tamelijk, redelijk doch eerder slecht dan goed : hij zingt maar -; zich niet boven het ~e verhellen.

Lees verder
1898
2022-09-29
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Middelmatig

Middelmatig bn. bw. (-er, -st), de middelmaat houdende: middelmatig groot; — redelijk, eer slecht dan goed : hij zingt maar middelmatig; ik heb maar middelmatig plezier gehad; hoogst middelmatig. MIDDELMATIGHEID, v. (...heden), eigenschap van iets wat niet uitstekend goed en niet bijzonder slecht is: hij behoort tot de middelmatigheden, steek...

Lees verder