Wat is de betekenis van magnifiek?

2019
2021-04-15
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

magnifiek

magnifiek - Bijvoeglijk naamwoord 1. geweldig, groots, enorm 2. schitterend, beeldschoon, prachtig Het magnifieke vuurwerk was een goed begin van het nieuwe jaar. Woordherkomst afgeleid van het Franse magnifique

Lees verder
2018
2021-04-15
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

magnifiek

magnifiek - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: man-je-fiek 1. heel erg goed of leuk ♢ik vind dat kostuum magnifiek Bijvoeglijk naamwoord: man-je-fiek ... is magnifieker dan ... het magnifi...

Lees verder
1994
2021-04-15
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Magnifiek

[Lat. magnificus = groots, pralend, van magnus = groot] prachtig, luisterrijk.

1993
2021-04-15
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Magnifiek

schitterend

1955
2021-04-15
vreemd

Vreemde woordenboek

Magnifiek

prachtig, schitterend, kostbaar.

1950
2021-04-15
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Magnifiek

(<Fr.), bn. bw. (-er, -st), prachtig, luisterrijk, heerlijk.

1948
2021-04-15
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

magnifiek

(manjie-) prachtig, luisterrijk, heerlijk.

1898
2021-04-15
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Magnifiek

Magnifiek bn. bw. (-er, -st), prachtig, luisterrijk.

1864
2021-04-15
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

magnifiek

magnifiek - bn. (magnifieker, magnifiekst), prachtig, luisterrijk