Wat is de betekenis van Leien?

2019
2021-11-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

leien

leien - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord lei leien - Bijvoeglijk naamwoord 1. alleen attributief uit lei vervaardigd Die kerk heeft een leien dak. Woordherkomst Afgeleid van lei met het achtervoegsel -en Uitdrukkingen en gezeg...

Lees verder
1973
2021-11-30
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

leien

bn., van lei of leien gemaakt; (zegsw.) het loopt van een dakje, het gaat zeer vlot.

1952
2021-11-30
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Leien

adj., laeijen; het gaat van eendakje, it giet dat it slydjaget.

1950
2021-11-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Leien

bn., van lei; (zegsw.) het loopt van een leien dakje, het gaat zeer vlot.

1937
2021-11-30
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

leien

bn. (van lei gemaakt; met lei gedekt): een leien bekleding van een vochtige muur.

1900
2021-11-30
Collectie Nederland

Collectie Nederland: Musea, Monumenten en Archeologie

leien

Leien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schublei...

Lees verder
1898
2021-11-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Leien

LEIEN, bn. van lei.