Wat is de betekenis van kwartier?

2023-10-03
Woordenboek van eigentijds Nederlands

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

kwartier

Het begrip kwartier heeft 15 verschillende betekenissen: 1) periode van 15 minuten. periode die het vierde van een uur duurt; periode van 15 minuten. 2) periode van 15 minuten voor een activiteit. periode van precies dan wel ongeveer 15 minuten, die bestemd is voor zekere activiteit en vaak op vooraf vastgelegde tijdstippen begint en...

2023-10-03
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

kwartier

kwartier - Zelfstandignaamwoord 1. (tijdrekening), (eenheid) een kwart uur Een kwartier bestaat uit 15 minuten. 2. (astronomie) één van de twee fasen of schijngestalten van de maan (of een planeet) waarbij het verlichte en het donkere gedeelte even groot zijn, dus bij "halve maan" ...

Direct toegang tot alle 20 resultaten over kwartier?

Word nu vriend van Ensie
2023-10-03
Jargon & Slang van Soldaten

Marc De Coster (2017)

Kwartier

Kwartier - soldatenverblijf. Oorspr. het stadsdeel (van Fr. quart = vierde deel). Geen kwartier geven: de vijand geen verblijf gunnen; geen genade verlenen.

2023-10-03
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

kwartier

kwartier - zelfstandig naamwoord uitspraak: kwar-tier 1. een vierde deel van een uur ♢ een kwartier bestaat uit vijftien minuten Zelfstandig naamwoord: kwar-tier het kwartier de kwartier...

2023-10-03
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Kwartier

[Fr. quartier, van Lat. quartus = vierde] 1 ¼ uur; 2 (her.) wapenveld, deel van een wapenschild; 3 (astr.) bep. schijngestalte (fase) van de maan; 4 tijdelijke légering van soldaten, nachtverblijf (vgl. inkwartieren); 5 stadsgedeelte (bijv.: Quart...

2023-10-03
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks (1993)

Kwartier

vijftien minuten; schijngestalte van de maan; tijdelijk huisvesting; stadswijk; vierde deel van een wapenschild (wapenk.)

2023-10-03
Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

KWARTIER

kring van schuttersgilden in Noord-Brabant. Er bestaan: Kwartier van Oirschot, Kwartier Peelland, Kwartier Maasland en Kwartier Kempenland; de organisatie ontstond uit de gildebond Verbroedering, opgericht in 1932 voor Oirschot en omgeving. In 1934 werd De Bond Het Kwartier van Oirschot opgericht; in 1935 gevolgd door de Federatie van Brabantse Sch...

2023-10-03
Encyclopedie voor Zelfstudie

drs. L.A. Beeloo (1981)

Kwartier

1. stadswijk; 2. woning of gebouw waar militairen tijdelijk worden gehuisvest. Worden de soldaten bij burgers ondergebracht, dan spreekt men van inkwartiering; 3. schijngestalte van de maan. Bij het „eerste kwartier” is de rechterhelft zichtbaar, bij het „laatste kwartier” de linkerhelft.

2023-10-03
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

kwartier

Gedeelte van een huis dat verhuurd wordt; (gemeubileerde) kamers: gegarnierd kwartier te huur; - ook: afdeling of paviljoen (in een ziekenhuis e.d.). Kwartier te huur vanaf 1 aug. 1977, Gazet v. Antw. 7/6/1977. Sam.: zomerkwartier, zomerhuisje; ook: vacantieverblijf enz. (Vele vakantiegangers verlieten overigens al vroegtijdig...

2023-10-03
Encyclopedie van Friesland

Prof. Dr. J.H. Brouwer (1958)

KWARTIER

Tijdens de Republiek een der vier ‘standen’ (Oostergo, Westergo, Zevenwouden en de steden) van de Statenvergadering. Een K. vergaderde voor de zitting van de landdag apart en bracht later op de vergadering één stem uit.

2023-10-03
Agrarisch Encyclopedie

Veerman (1954)

Kwartier

1. (veet. ) is één van de vier delen, waaruit de uier van een koe bestaat. Men onderscheidt daarbij twee voor- en twee achterkwartieren. 2. (bosb.) K. of quartier is een uitdrukking, gebruikt in de houtindustrie voor radiaal. Men spreekt van k. gezaagd (Eng.: rift sawn), wanneer de zaagsnede ten naaste bij door het hart van de boom ga...

2023-10-03
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Kwartier

s.n., kertier (it); (van koeienuier), fearn (it); vrij —, skoft (it).

2023-10-03
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Kwartier

(<Fr.), o. (-en), 1. vierendeel (van sommige dingen); (timm.) 14 duim of cm: een plank van vijf kwartier; — (vero.) een kwartier uurs, 15 minuten; 2. vierde gedeelte van een uur : het duurde een kwartier', over een kwartier ben ik klaar; ik ben drie kwartier bij hem geweest; in tijdsbep. thans ongewoon : het is kwartier...

2023-10-03
De Kleine Winkler Prins

Winkler Prins (1949)

Kwartier

(militair) (1), de woning of het gebouw, waarin de soldaat te velde tijdelijk wordt gehuisvest; (2) het geven van K. is het krijgsgevangen maken van tegenstanders, die de strijd opgeven, zonder hen te doden; (3) (historisch) onderdeel van een provincie of gewest.

2023-10-03
Kramers woordentolk

Jacon Kramers Jz (1948)

kwartier

o. 1 vierde van een uur; 2 ^ wapenveld; 3 schijngestalte van de maan; 4 tijd van de wacht tot op de aflossing; 5 Inlegering, herberglng van soldaten, nachtverblijf; 6 stadswijk; 7 genade, lijfsbehoud.

2023-10-03
Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

KWARTIER

(1, historisch) was in de Republiek der Verenigde Nederlanden een, in vele gevallen reeds uit de landsheerlijke tijd daterend, onderdeel van een provincie of gewest. Gelderland was vóór de tijd der Republiek samengesteld uit vier kwartieren — Bovenkwartier (Roermond), Nijmegen, Zutphen, Veluwe (Arnhem) — later uit drie, da...

2023-10-03
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

kwartier

o. kwartieren, in bet. 7 gmv., kwartiertje (Fr. quartier, Lat. quartarium: 1 vierendeel, inz. van een uur; 2 bovenwoning; Z.-N. [gemeubileerde] kamers; 3 stadswijk; 4 onderdeel v. e. wapen[schild], bewijs van adeldom; 5 schijngestalte, phase der maan; 6 streek, landstreek, oord; 7 lijfsgenade; 8 tijdelijke huisvesting v. e. soldaat): 1. het is een...

2023-10-03
Vreemde woordenboek

S. van Praag (1937)

kwartier

o. vierde gedeelte van een uur: aflossingstijd van de wacht; herberging van soldaten: stadswijk.

2023-10-03
Encyclopedie voor Iedereen

John Kooy (1933)

Kwartier

1) onderdeel v/e geslachtswapen; 2) vierde deel v/e uur, 15 min.

2023-10-03
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Kwartier

(< Lat. quartarium = vierendeel). 1° (Historisch) Onderdeel van een gewest of provincie. 2° (Herald.) Stamdeel van een persoon. De vier grootouders vormen de 4, de overgrootouders de 8, de betovergrootouders de 16 kwartieren, enz. De benaming is ontleend aan de vier deelen, waarin een wapenschild door verdeeling en doorsnijding wordt ver...