Wat is de betekenis van kwaadaardig?

2019
2021-06-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kwaadaardig

kwaadaardig - Bijvoeglijk naamwoord 1. schade aanrichtend, schadelijk Er was een kwaadaardige tumor gevonden bij mijn broer. 2. met een slecht karakter Een kwaadaardige inborst. Woordherkomst Samenstellende afleiding van kwaad en aard m...

Lees verder
2018
2021-06-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kwaadaardig

kwaadaardig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: kwaad-aar-dig 1. die veel schade doen aan je lichaam ♢ het is een kwaadaardig gezwel 2. bedoeld om te benadelen of te kwellen ♢ het is een kwaadaar...

Lees verder
2010
2021-06-21
Dokterswoordenboek

Ruim 2300 medische begrippen, omschreven door Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt

kwaadaardig

In staat om te beschadigen, meestal gezegd van een gezwel. Dit woord wordt meestal gebruikt bij tumoren (kankergezwellen). ‘Kwaadaardigheid’ betekent dan dat de cellen in het gezwel (de tumorcellen) snel en onophoudelijk groeien, alle kanten op. Zo dringen ze ander weefsel rondom de tumor binnen (‘infiltratie’) en verspreiden ze zich (uitzaaiing, m...

Lees verder
1973
2021-06-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

kwaadaardig

bn. en bw. (-er, -st), 1. geneigd tot kwaaddoen, boosaardig, slecht gezind: een mens; een kwaadaardige hond; 2. van kwade aard, verderfelijk, schadelijk, gevaarlijk: een — gezwel; 3. erg boos, nijdig: hij zei het op kwaadaardige toon.

Lees verder
1954
2021-06-21
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Kwaadaardig

maligne, 1. een algemene term voor ziekten, die verergeren in plaats van genezen; 2. wordt in het bijzonder gebruikt voor gezwellen, die doorgroeien in de omgevende weefsels (infiltratie) en uitzaaiing geven; kanker en sarcoma (zie ook gezwel).

Lees verder
1952
2021-06-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Kwaadaardig

adj. & adv., lilkaerdich, grimmitich, feninich, boas, fûl, fianich; (van ziekten), slim; — persoon, fûlikaen, filekaen, ychel, ychelbaerch, -swyn (it), hoanne, hoants, raer fel (it), mâl fel (it).

1898
2021-06-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kwaadaardig

KWAADAARDIG, bn. bw. (-er, -st), geneigd tot het kwaad, boosaardig, slecht een kwaadaardig mensch; — van kwaden aard, verderfelijk, schadelijk, gevaarlijk kwaadaardige koortsen; eene kwaadaardige zweer; — boos, nijdig hij zeide het op kwaadaardigen toon; iem. met kwaadaardigen blik aanzien. KWAADAARDIGHEID, v. neiging om kwaad te doen,...

Lees verder