Wat is de betekenis van kuk?

2020
2020-10-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kuk

kuk - Zelfstandignaamwoord 1. kus kuk - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kukken ♢ Ik kuk 2. gebiedende wijs van kukken kuk! 3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kukken ...

Lees verder
1898
2020-10-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kuk

KUK, m. (-ken), (gew.) kus.

Gerelateerde zoekopdrachten