Klophengst
m. (-en), 1. hengst die men, door het verbrijzelen der teelballen met een houten hamer, ongeschikt maakt tot de voortteling; — een niet behoorlijk gesneden hengst; 2. hengst bij wie beide ballen, of ook één bal, niet in de balzak hangen, maar in de buikholte achtergebleven zijn; ook als scheldnaam.