Wat is de betekenis van kleingeestigheid?

2019
2022-07-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kleingeestigheid

kleingeestigheid - Zelfstandignaamwoord 1. het alleen maar kunnen denken in heel nauwe en beperkte kaders zonder enig voorstellingsvermogen of fantasie Het is een parodie op de „verongelijkte types” in Nederland. „In het eerste deel hekel ik de kleingeestigheid in Nederland, maar daarna loopt het ver...

Lees verder
1952
2022-07-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Kleingeestigheid

s., lytsens, klien-, neargeastigens.

1950
2022-07-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Kleingeestigheid

v., abstr. en concr.

1937
2022-07-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

kleingeestigheid

v. -heden.

1933
2022-07-07
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Kleingeestigheid

is een ondeugd, welke den mensch zeer lastig en onaangenaam maakt in den omgang. De kleingeestige mensch ziet alles, wat waarlijk of schijnbaar nadeelig of onrechtvaardig jegens hemzelf of wat in anderen verkeerd is, al is het nog zoo klein en onbeteekenend, voor groot en erg aan. Vandaar over alles groot misbaar maken, alles erg kwalijk nemen, op...

Lees verder