Wat is de betekenis van klavier?

2024-02-29
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

klavier

Het begrip klavier heeft 3 verschillende betekenissen: 1) toetsen van een toetseninstrument. deel van een toetseninstrument dat de verzameling van op een rij opgestelde witte en zwarte toetsen omvat; bij een orgel ook het uit een reeks balkvormige pedalen bestaande voetklavier. 2) klavierinstrument. muziekinstrument dat wordt bespeel...

2024-02-29
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

klavier

klavier - Zelfstandignaamwoord 1. toetsenbord. Hij was het klavier kwijt dus kon hij de computer niet gebruiken. 2. (muziek) een reeks van knoppen die voor verschillende toonhoogten zorgen De organist was driftig op het klavier aan het slaan....

2024-02-29
Ewoud Sanders woordenboeken

Ewoud Sanders (2019)

klavier

hand Omstreeks 1890 opgenomen in een Amsterdamse woordenlijst, opgesteld door A.C. de Graaf, in de uitdrukking blijf er met je klavieren af. In 1904 voor het eerst aangetroffen in een literaire tekst. In 1948 schreef Jo Daan, in Hij zeit wat! Grepen uit de Amsterdamse volkstaal (p. 49): Een flinke Amsterdammer heeft sterke knuisten,...

2024-02-29
Lexicon voor de kunstvakken

Wouter van Boesschoten, Wieneke van Breukelen, Ton Konings m.m.v Henriette Coppens, Eefje Lonis, Jos van Waterschoot & Simon Wienke (2002)

klavier

Klavier is het toetsenbord (zie toets (2, 3)) van toetsinstrumenten, bijv. piano (1), klavecimbel, beiaard.

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-29
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Klavier

[v. Lat. clavis = sleutel; zie verder klavecimbel] (veroud.) piano; toetsenbord van een piano of van orgel; (plat) hand.

2024-02-29
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks (1993)

Klavier

piano; toetsenbord; reeks pallen in een slot

2024-02-29
Woordenboek Nederlandse termen van Bibliotheek en documentaire informatie

dr. P.J. van Swigchem en E.J. Slot (1990)

klavier

knopje of lipje van leer, perkament of papier, aangebracht aan de voorsnede van een pagina, zodat het uitsteekt, bedoeld om het snel terugvinden van een bepaalde plaats in het boek mogelijk te maken.

2024-02-29
Encyclopedie voor Zelfstudie

drs. L.A. Beeloo (1981)

Klavier

1. algemene benaming voor een snaarinstrument met houten klankbodem, dat bespeeld wordt door het indrukken van toetsen. Het bekendste klavier is de piano, waarbij vilten hamertjes tegen de snaren geslagen worden; de piano heette vroeger dan ook wel „hamerklavier”, in tegenstelling tot b.v. de klavecimbel, waarvan de snaren...

2024-02-29
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Dr. E. Schröder (1980)

Klavier

Het Latijnse woord clavis betekent: sleutel. Nog noemt men de conciërge van een gymnasium claviger: sleuteldrager. In later Latijn noemde men ook een toets: clavis. Zo ging het betekenen: toetsenbord en een clavier is een instrument met toetsen. Tot zover is de zaak eenvoudig. Maar nu! In Nederland nam men het woord over uit het Frans. Maar me...

2024-02-29
Muziekencyclopedie

S. van Ameringen (1962)

klavier

zie piano.

2024-02-29
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

klavier

piano; toetsbord.

2024-02-29
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Klavier

s.n., klavier (it).

2024-02-29
Duits woordenboek (DU-NL)

Dr. H. W. J. Kroes (1951)

Klavier

piano.

2024-02-29
De Kleine Winkler Prins

Winkler Prins (1949)

Klavier

(v. Lat. clavis, sleutel, toets), toetsenbord van piano of orgel; vandaar: ook de piano zelf. Bij uitbreiding: toetsenbord van schrijfmachine.

2024-02-29
Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

KLAVIER

is in het algemeen een muziekinstrument, waarbij de tonen worden voortgebracht door het neerdrukken van tot een klaviatuur gerangschikte toetsen (z piano, orgel, clavecimbel, clavichord).

2024-02-29
X-Y-Z der Muziek

Casper Höweler (1939)

Klavier

verzamelnaam voor alle snaarinstrumenten, die met behulp van toetsen bespeeld worden: de verschillende clavecymbels en het moderne hamerklavier (piano en vleugel). Het manuaal van het orgel wordt ook wel klavier genoemd.

2024-02-29
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

klavier

I. o. -en (Fr. clavier [Lat. clavis = sleutel, toets]: ouderwetse piano; het toetsenbord van piano of orgel; ook: piano; ook in toepassing op het toetsenbord van een electrotelegrafisch seintoestel, een schrijfmachine; de pallen in sommige sloten): fig. het klavier der volksconscientie bespelen; II. jongere bijvorm van klauwier (in het mv. gmz. h...

2024-02-29
Vreemde woordenboek

S. van Praag (1937)

klavier

o. piano.

2024-02-29
Encyclopedie voor Iedereen

John Kooy (1933)

Klavier

1) ouderwetsche piano; 2) het toetsenbord v. piano of orgel.

2024-02-29
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Klavier

(< Lat. clavis = sleutel, toets), 1° Het toetsenbord. → Klaviatuur. 2° Benaming van muziekinstrumenten, die van een toetsenbord zijn voorzien. Tot en met J. S. Bach rekende men onder klavier het → orgel, → clavichord en → clavecimbel [a) → spinet (Fr.: épinette, It.: spinetta, D.: Schachtbrett), b) →...