Synoniemen van Kern

2019-12-05

Kern

Het belangrijkste deel van een samenstelling of woordgroep wordt de kern genoemd. De kern van een samenstelling (in het Nederlands het rechterdeel) wordt ook wel hoofd of hoofdwoord genoemd: de samenstelling in zijn geheel is altijd van dezelfde woordsoort als de kern. De kern van een woordgroep kan van een of meer bepalingen voorzien zijn. Voorbeelden: (1) samenstellingen: gitzwart, huisdeur (2) woordgroep: de wijze woorden van mijn grootmoeder die de Eerste Wereldoorlog nog heeft meegemaakt

2019-12-05

Kern

Kern is het centrum van een atoom, dat protonen en neutronen bevat en positief geladen is.

2019-12-05

kern

kern - zelfstandig naamwoord 1. het allerbinnenste van iets ♢ de kern van de pruim is een pit 2. het belangrijkste van iets ♢ de kern van het verhaal is dat hij te laat was 1. in de kern van de zaak [in feite, eigenlijk] 2. de harde kern

2019-12-05

kern

kern - Zelfstandignaamwoord 1. het meest belangrijke De kern van het verhaal was dat er bezuinigd moest worden. 2. het binnenste of midden In de kern van een pruim zit een pit. 3. (scheikunde) het uit protonen en neutronen bestaande inwendige van een atoom 4. (natuurkunde) het centrale deel van een elektromagneet Synoniemen [1] essentie, kwintessens [3] atoomkern [4] spoelkern

2019-12-05

Kern

1. KERN, v. (-en), pit, korrel, zaad; binnenste steen (eener vrucht); merg van hout, hart; — (fig.) dat bevat eene kern van waarheid; — het beste, krachtigste van iets tot de kern eener zaak doordringen, tot het wezenlijke; het niet oppervlakkig behandelen; de kern der burgerij, het beste gedeelte, de degelijke burgerklasse; — kern der algebra, leerboek dat de voornaamste eigenschappen behandelt; evenzoo kern der rekenkunde enz.; de middelklasse is de kern der natie; —(rail.) de ziel van...

2019-12-05

Kern

Kern - 1) (biolog), zie CELKERN. 2) (aardk.), a) barysfeer, het binnenste deel der aarde, volgens de heerschende opvattingen in hoofdzaak uit nikkel-ijzerlegeeringen bestaande; zij wordt omgeven door de lithosfeer, steenschaal of aardkorst. — b) het binnenste gedeelte van een plooirug of plooidal, in tegenstelling van het buitenste, de ombuiging. 3) In gieterijen noemt men het middenstuk van een vorm de k., meestal dienende om een holle ruimte in het gietstuk te verkrijgen. Dit is b.v. het gev...

2019-12-05

Kern

Kern. Onder dezen naam vermelden wij: Johan Hendrik Gaspar Kern, een uitstekend Nederlandsch taalkenner, geboren te Poerworedjo op Java den 6den April 1833. Hij studeerde en promoveerde te Leiden in de letteren, werd daarna leeraar in de Orieksche taal aan het athenaeum te Maastricht (1848—1862), zag zich in 1863 benoemd tot hoogleeraar in het Sanskriet aan eene school te Benares, bleef er tot in 1865 en aanvaardde toen te Leiden de betrekking van hoogleeraar in het Sanskriet en in de vergelij...

2019-12-05

Kern

Johan Hendrik Caspar Kern (1833 —1917) was de naam van een groot Nederlands geleerde, die zich bezighield met de studie van de klassieke talen en die van Indië en het Verre Oosten. Hij werd te Poerworedjo op Java geboren, kwam nog zeer jong met zijn ouders in Nederland, studeerde te Leiden in de letteren en behaalde daar in 1855 den doctorsgraad. Dr. Kern was eerst gedurende enige jaren leraar aan het Athenaeum te Maastricht; zijn bekendheid als geleerde was toen reeds zó groot...

2019-12-05

Kern

1° (Van een cel) (biol.), → Cel (4°). 2° (Meteorol.) Kernen voor condensatie van waterdamp in den dampkring, → Condensatiekernen.