Wat is de betekenis van intimideren?

2024-02-24
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

intimideren

intimideren - Werkwoord 1. (ov) iemands gedrag beïnvloeden door hem angst aan te jagen Hij intimideerde ze genoeg dat zij de waarheid niet meer durfden zeggen. Woordherkomst afgeleid van het Franse intimider (met het achtervoegsel -eren)

2024-02-24
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

intimideren

intimideren - regelmatig werkwoord uitspraak: in-ti-mi-de-ren 1. hem bang maken om iets gedaan te krijgen ♢ hij intimideerde de kinderen door met straf te dreigen Regelmatig werkwoord: in-ti-mi-de-ren ik intimideer...

2024-02-24
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Intimideren

[MLat. intimidare, van Lat. timidus: zie timide] vrees aanjagen, bang maken.

2024-02-24
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks (1993)

Intimideren

vrees aanjagen; ontmoedigen

Wil je toegang tot alle 10 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-24
De vreemde woorden

Fokko Bos, Dr. O. Noordenbos (1955)

Intimideren

vrees aanjagen

2024-02-24
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Intimideren

(intimideerde, heeft geïntimideerd), bevreesd maken, schrik aan jagen, inz. door bedreigingen verlammen, afschrikken, weerhouden.

2024-02-24
Kramers woordentolk

Jacon Kramers Jz (1948)

intimideren

bevreesd maken, vrees aanjagen.

2024-02-24
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

intimideren

geïntimideerd (Fr. [Lat. timidus = bevreesd]: bevreesd maken).

2024-02-24
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

intimideren

(de:rәn) (intimideerde, heeft geïntimideerd) [Fr. < Lat. timidus, bevreesd] vrees aanjagen, angst inboezemen inz. door bedreigingen, afschrikken, weerhouden.

2024-02-24
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

intimideren

(intimideerde, heeft geïntimideerd), (overg.) bevreesd maken, schrik aanjagen, m.n. door bedreigingen verlammen, afschrikken, weerhouden.