Wat is de betekenis van intimideren?

2019
2023-01-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

intimideren

intimideren - Werkwoord 1. (ov) iemands gedrag beïnvloeden door hem angst aan te jagen Hij intimideerde ze genoeg dat zij de waarheid niet meer durfden zeggen. Woordherkomst afgeleid van het Franse intimider (met het achtervoegsel -eren)

Lees verder
2018
2023-01-30
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

intimideren

intimideren - regelmatig werkwoord uitspraak: in-ti-mi-de-ren 1. hem bang maken om iets gedaan te krijgen ♢ hij intimideerde de kinderen door met straf te dreigen Regelmatig werkwoord: in-ti-mi-de-ren ik intimideer...

Lees verder
1994
2023-01-30
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Intimideren

[MLat. intimidare, van Lat. timidus: zie timide] vrees aanjagen, bang maken.

1993
2023-01-30
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Intimideren

vrees aanjagen; ontmoedigen

1973
2023-01-30
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

intimideren

(intimideerde, heeft geïntimideerd), (overg.) bevreesd maken, schrik aanjagen, m.n. door bedreigingen verlammen, afschrikken, weerhouden.

1955
2023-01-30
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Intimideren

vrees aanjagen

1950
2023-01-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Intimideren

(intimideerde, heeft geïntimideerd), bevreesd maken, schrik aan jagen, inz. door bedreigingen verlammen, afschrikken, weerhouden.

1948
2023-01-30
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

intimideren

bevreesd maken, vrees aanjagen.

1937
2023-01-30
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

intimideren

geïntimideerd (Fr. [Lat. timidus = bevreesd]: bevreesd maken).

1930
2023-01-30
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

intimideren

(de:rәn) (intimideerde, heeft geïntimideerd) [Fr. < Lat. timidus, bevreesd] vrees aanjagen, angst inboezemen inz. door bedreigingen, afschrikken, weerhouden.