Wat is de betekenis van interest?

2011
2021-01-25
Bedrijfskunde Integraal

Bedrijfskunde Integraal

interest

Rente die betaald moet worden aan de geldverstrekker.

2007
2021-01-25
Corporate Finance Lexicon

Boer & Croon Corporate Finance Lexicon

Interest

Interest zijn de kosten van het gebruiken van geld, uitgedrukt in een percentage voor een bepaalde periode.

1993
2021-01-25
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Interest

(intrest) rente

1949
2021-01-25
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Interest

zie rente.

1948
2021-01-25
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

interest

m. deelneming, belangstelling; gewin; rente van een kapitaal.

1940
2021-01-25
Economische encyclopedie 1940

Economische encyclopedie (1940), samengesteld door D.C. van der Poel. Gepubliceerd door Uitgeversmaatschappij W. de Haan N.V. Utrecht.

Interest

zie: Rente.

1939
2021-01-25
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis - 1939

Interest

(< Lat. id, quod interest = dat, wat ligt tussen; nl. tussen geleend kapitaal en terug te betalen bedrag). Volgens anderen: < Fr. intérêt = het belang, dat men er bij heeft.

1933
2021-01-25
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Interest

→ Rente.

1916
2021-01-25
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Interest

Interest - (samengestelde): wanneer een kapitaal a op samengestelde interest uitstaat tegen p % ’s jaars, dan beteekent dat, dat men de rente telkens geheel bij ’t kapitaal voegt. Moet men over n jaar een som b betalen, dan kan men deze schuld afdoen, door onmiddellijk a = b : qn te storten, a heet de contante waarde van het over n jaar te betalen...

Lees verder
1914
2021-01-25
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

interest

interest - m., belangstelling ; deelneming ; gewin ; rente van een kapitaal.

1910
2021-01-25
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Interest

Interest - de vergoeding door den geldnemer aan den geldgever betaald, voor het gebruik van diens kapitaal. Ook: aandeel in een onderneming, belang, voordeel, nut. In rechten: het verschil tusschen het bedrag van het vermogen na de schade door een door anderen veroorzaakte gebeurtenis teweeggebracht, en het bedrag, dat het zonder deze gebeurtenis...

Lees verder
1898
2021-01-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Interest

INTEREST, INTREST, m. (-en), belang; gewin, winst, rente (van uitgezet of belegd geld); geld op interest uitzetten; interest van interest; interest op interest of samengestelde interest : de rente van de telkens met hare rente vermeerderde hoofdsom; iem. iets met interest betaald zetten, met woeker, dubbel en dwars hem evenzoo bejegenen; — (Z...

Lees verder
1870
2021-01-25
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Interest

zie Bente.

1864
2021-01-25
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

interest

interest - o. (interesten), belang; gewin, winst, genot, rente (van uitgezet of belegd geld), rente; geld op interest uitzetten; interest van interest